Parameters en argumenten: informatie aan een functie geven
Een functie kan dezelfde taak met verschillende informatie uitvoeren. Parameters zijn de namen in de functiedefinitie. Argumenten zijn de waarden die je meegeeft wanneer je de functie aanroept.
Denk aan een recept met “gebruik zoveel appels”. Het invulvak is als een parameter. Vier appels kiezen is als een argument meegeven.
# taal: nl
functie totaal(prijs, aantal):
geef prijs * aantal
zeg totaal(3, 4)
prijs en aantal zijn parameters. De argumenten 3 en 4 geven ze waarden voor deze aanroep. Het antwoord is 12.
Volgorde en aantal tellen mee
Pliro koppelt argumenten aan parameters op positie. Het eerste argument gaat naar de eerste plek. De parameternaam haalt niet automatisch een gelijknamige variabele ergens anders op.
Het aantal argumenten heet soms ariteit. Deze functie heeft er twee nodig. Eén of drie meegeven is een fout. Bij ingebouwde functies staan de toegestane aantallen in hun naslagartikel.
Pliro berekent gewone aanroepargumenten van links naar rechts. Als je een lijst of map meegeeft, deel je die verzameling. Er ontstaat niet vanzelf een volledige kopie. Het artikel over waarden veranderen legt uit waarom dat uitmaakt.
Probeer totaal(5, 2) en benoem de twee parameterwaarden voordat je het antwoord uitrekent.
