Willekeurig betekent niet ‘om de beurt’
Een willekeurige keuze kan je verrassen. Ze belooft niet om netjes af te wisselen, herhalingen te vermijden of elk kort rijtje evenwichtig te maken. Een zes gooien betekent niet dat de volgende worp iets anders moet zijn.
In Pliro geeft willekeurigGeheel(1, 6) een geheel getal van één tot en met zes. Beide grenzen tellen mee. Dat is handig voor dobbelproefjes en keuzes in spellen.
Bekijk een klein proefje
Als je twaalf keer een dobbelsteen gooit, verwacht je misschien ongeveer twee zessen. Maar een bepaald rijtje van twaalf worpen kan minder of meer zessen bevatten. ‘Gemiddeld ongeveer twee’ is geen regel die elke keer precies twee eist.
Pliro gebruikt een berekende, pseudowillekeurige reeks. Die komt uit een herhaalbare berekening en niet uit een echte dobbelsteen. Nieuwe uitvoeringen kunnen dezelfde reeks herhalen. Dat helpt om een programma bij het testen opnieuw hetzelfde te laten doen. Gebruik deze leerfunctie niet voor wachtwoorden of geheimen.
Tel de zessen
# taal: nl
laat zessen = 0
voor beurt in [1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12]:
laat worp = willekeurigGeheel(1, 6)
zeg worp
als worp == 6:
zet zessen = zessen + 1
zeg "Zessen:", zessen
De lijst geeft ons twaalf beurten. Elke beurt kiest en toont één getal. als verhoogt de teller alleen bij een zes.
Voorspel en probeer
Kunnen we precies twee zessen beloven? Mag hetzelfde getal twee keer achter elkaar verschijnen?
We kunnen geen twee zessen beloven. Herhalingen mogen. De uitvoer bevat twaalf worpen tussen 1 en 6, gevolgd door een aantal zessen tussen 0 en 12. Tel zelf de getoonde zessen en vergelijk je telling met het laatste bericht.
Jouw uitdaging
Verander het proefje naar een vierzijdige dobbelsteen. Pas de grenzen aan en kies welke uitkomst je telt. Start hetzelfde programma opnieuw en vergelijk de reeksen. Wat zou je opschrijven om het proefje herhaalbaar te maken?
Een veelgemaakte fout
Met nul als ondergrens krijg je zeven mogelijkheden: 0 tot en met 6. Dat is een ander spel. Een kort proefje is ook niet genoeg bewijs om een willekeurige kiezer oneerlijk te noemen omdat de aantallen ongelijk zijn.
