# Uitvoerlaag en uitvoeromgeving: wie doet wat? [Begrippen uitgelegd](LEESMIJ.md) De **uitvoerlaag**, vaak *runtime* genoemd, voert de taalbewerkingen uit terwijl een programma draait. De **uitvoeromgeving**, vaak *host* genoemd, verbindt die bewerkingen met bijvoorbeeld een desktopvoorbeeld, terminal of browser. Denk aan de regels van een bordspel en de tafel waarop je speelt. De regels leggen een zet uit. De tafel biedt een plek om de stukken te laten zien. ## Eén tekenopdracht Vraagt je code om een cirkel? Dan controleert en beschrijft de uitvoerlaag de tekenbewerking. Een omgeving met een passende **renderer** verandert die beschrijving in een plaatje. De renderer is het onderdeel dat het zichtbare resultaat tekent. Een opdrachtregelomgeving kan tekst tonen zonder afbeeldingen te tekenen. Daarom kan geldige tekencode een andere omgeving nodig hebben voordat je iets ziet. De [omgevingsgids](../gidsen/uitvoeromgevingen.md) beschrijft welke functies echt worden ondersteund. ## Via de omgeving Naslagartikelen gebruiken soms het woord **hostgemedieerd**. Je programma vraagt een functie dan via een gecontroleerde verbinding aan. Het pakt niet rechtstreeks ieder bestand, toetsenbordapparaat of scherm dat het wil. Een **headless** omgeving heeft geen grafisch scherm. Zij kan nog steeds code controleren, berekeningen uitvoeren en gestructureerde tekenopdrachten testen. Leg uit welk onderdeel bepaalt wat optellen betekent en welk onderdeel kiest waar uitvoertekst verschijnt. Het eerste hoort bij taaluitvoering; het tweede is een taak van de omgeving. [API](api.md) · [Toestemmingen](toestemmingen.md)